Italiano | Deutsch | Français | Român | Nederlands | Русский | 한국어 | 中文 | 日本語 | ภาษาไทย | Việt

Madison Morrison's Web / MM: The Sentence Commuted
De Cederhouten Vleugels van Berouw

De Cederhouten Vleugels van Berouw

Marc de Hay

In zijn inleiding tot MM: The Sentence Commuted oppert Richard Beck het idee dat de alchemistische “conjunctio oppositorum,” de samenloop der tegen-stellingen, het onderliggende thema zou kunnen zijn dat de zes delen van SOLUNA verbindt. De gedichten U en Need zijn daarin een apart paar. In aantal regels gelijk (elk duizend) maar in inhoud elkaars tegengestelden. In U is het de uiterlijke wereld die de gedachten ontoereikend doen schijnen, in Need de innerlijke wereld die de werkelijkheid laat verbleken. U en Need spiegelen elkaar, als twee ongelijk geslepen diamanten die elkaars spiegeling reflecteren. De “maximalisatie van dubbelzinnigheid” die Gio Ferri vindt in Need wordt door reflectie in U geneutraliseerd. De dubbelzinnigheid wordt onderdeel van een tegenstelling. Het onbegrijpelijke lijkt zich even met begrip te vullen, als Ying met Yang en omgekeerd.

De auteur heeft beide gedichten geschreven zonder van te voren de richting van het verhaal te bepalen, naar welk eind of doel het zou moeten leiden; er is geen vooropgezette “plot.” Hierin zien we een zekere overeen-komst met het leven zelf. Elke dag wordt er een gedeelte aan onze levens-geschiedenis toegevoegd, er is niet echt een plan in te ontdekken, een “plot” is er al helemaal niet (dat is alleen voor de geromantiseerde versies van mensen-levens). In onze dromen, slapend zowel als wakend, is het soms anders. Dan is er een begin en een eind, een doel, een “plot” zelfs (soms), die Zin schijnt te hebben, maken, geven. U en Need schijnen elkaar zin te geven. U op zich lijkt onaf, lijkt iets te missen, een “Zin.”Need schijnt die afwezigheid te benoemen als iets van vroeger. Tegelijk stelt het door die afwezigheid te duiden de vraag of er inderdaad sprake is van vooruitgang in het denken en doen van de moderne Westerse mens. Is het soms vooruitgang met een “gemis” (need)?

U en Need zijn twee gedichten van 1000 regels elk. U werd eerst geschreven en dat nam drie jaar in beslag (1971-1973; een regel per dag), en daarna Need volgens dezelfde methode (1973-1975; een regel per dag). Alleen voor het schrijven van de dagelijkse regel van Need bereidde de auteur zich voor door het lezen van een pagina in een 1000 pagina’s tellende bloemlezing van Engelse poëzie. Dat is ook terug te zien in de vaak ouderwets aandoende grammatica van Need, die het klassiek heroïsche karakter van het gedicht mee bepaalt. De regels zelf zijn weefsels van woordkunst. De zinnen samen begoochelend. Er ontvouwt zich iets, dat tegelijk verhuld blijft.

U handelt over de situatie waarin velen van ons zich bevinden. In U zijn de hoofdpersonen al door kindertijd, school en hoger onderwijs gegaan, door bloeiende korenvelden en vakantie in onbekende gebieden, terechtgekomen. Na liefdesverklaringen, lust en verbrassing in een samenlevingsvorm beland, ze hebben een baan en hun woning ingericht. Ze hebben zelf inmiddels kinderen gekregen die zorgzaam door opvoeding en scholing tot videokijkers en chips eters zijn geworden. Het gezin Ruth (Bob en Jean, hun kinderen Jamie, Phyllis en Amanda) is de hoofdpersoon in U. We zien Jean het weekend voorbereiden: de zaterdag met boodschappen en in de middag visite van vrienden die blijven eten, er zal een wedstrijd op de TV zijn, biertjes voor de mannen en dan na de nacht (slapen) zondag, met in de ochtend naar de Kerk en in de middag een picknick met de kinderen. We horen Jean denken. Ze denkt onafgebroken na: over de situatie waarin ze zich bevindt, over de haken en ogen, valkuilen en mogelijke misverstanden die het weekend zal kunnen brengen en hoe die zo goed mogelijk te vermijden. Hoe vriendelijk te blijven. Hoe vriendelijkheid helpt. Ze probeert het allemaal te begrijpen, er “zin” in te ontdekken. Bob ook, op zijn manier; over zijn leven, zijn baan, de situatie thuis, hoe hij was, wie hij is en wat een rare onnozelaars de anderen zijn die hij maar niet begrijpen kan. De kinderen ook, voor zover ze bij machte zijn na te denken in de snelle stroom van hun hormonen en de opdringende voortdurend brandende lust tot “iets anders,” “iets nieuws.” Allen denken voortdurend. En onderwijl maken ze de bewegingen die het ritme van het vertrouwde leven aaneen rijgen. Ze doen, maar zijn er met hun hoofd niet bij. Er is geen moment waarop de personen zich kunnen losmaken van de voortdurende “gang van zaken.”

In Need is er nauwelijks nog sprake van een normale gang van zaken. De hoofdpersoon is hier Alexander, die in U nog figureert als de schurkachtige predikant die het vertrouwen dat Jean in hem stelt sluw misbruikt in een kort-stondige relatie. Nu kan hij vliegen. Hij vliegt met een engel. Dat deze over-spelige geestelijke uit U nu in Need de held is, is een ander voorbeeld van de dubbelzinnigheid die door beide gedichten waart. Morrison lijkt met Need de leemte die na het lezen van U blijft hangen aan te willen vullen met spiritual-iteit. In Need (een sprookjesachtige, tomeloze, malle bizar archaïsche werveling van illusies) lijkt alles mogelijk. De fantasie als tegenhanger van de dagelijkse sleur. Maar het gaat hier niet zozeer om de droom als “escapisme.” Het gaat meer om acceptatie. De illusie is een realiteit. De droom is een gegeven. De realiteit (het rationele) houdt hier geen ontkenning van de droom in. En de illusie wordt niet als alleen zaligmakend voorgesteld. Er zitten tenslotte ook onaangename elementen in het (dag)dromen, net zoals er aangename elementen zitten in de dagelijkse sleur. U (U) hebt uw dromen nodig. Nodig hebben (Need), U (de Ander) nodig hebben. Ook dat aspect speelt mee, de ander,-e droom en hoe die te bereiken. Door “de Ander(en)” te “bezielen,” hen te beladen met spirituele inhoud. De sluier van alledaagsheid van de werkelijkheid weghalen en het dagelijks leven daarmee zijn spirituele (historische, heroïsche) dimensies teruggeven. Houdt de droom levend (Need), maar ook; houdt de samenhang levend (U), het hele sociale en economische verband, hoe onbe-grijpelijk, absurd, en nutteloos het soms ook lijkt: de organisatie van het dagelijks leven, eten koken, naar school, werken, telefoneren, uitnodigen, plannen, het samen leven. Het een kan niet zonder het ander.

Het woord waarmee Need begint is “Men” (Mannen); waarmee de schijn wordt gewekt dat Need een symbolisch gedicht over de aard van de Man zou zijn. Echter, en Morrison wijst hier nadrukkelijk op, als laatste woord van Need is “pen” weer een verwijzing naar het fictieve, “aan de pen ontsproten” karak-ter van Need. Toch hangt er een zweem van mannelijke identiteit over Need, vooral als het gedicht gelezen wordt na U en in betrekking daarmee wordt geïnterpreteerd. U krijgt door Need steeds meer vrouwelijke indentiteit. Het is verleidelijk deze etiketten op U en Need te plakken. Het illustreert de fundamen-tele magnetische spanning die tussen de twee 1000-regelige gedichten hangt. De spiegelende wisselwerking lijkt hier een duidelijk verschil tevoorschijn te brengen. Deze vervloeiende tegenstelling van identiteiten vormt beide werken tot een eenheid. Na deze opmerking ziet de essayist zichzelf, gereflecteerd in de duizenden facetten van U en Need. Illusie. Schijn. Luna in Soluna: maan-gedichten.

U en het daarna geschreven Need lijken Morrison's persoonlijke ervaring en acceptatie van het samenstelsel der tegenstellingen te markeren. De samenhang; het een niet zonder het ander, zien we daarna in bijna al zijn werken terug. De innerlijke wereld, de droom, lijkt in de werken na Need in de taal zelf gekropen te zijn. Het proza is poëzie geworden. De tegenstelling tussen dagelijks leven, de objectieve registratie van de realiteit (het U van 1971), en “droom” wordt nu verbeeld door het gebruik van “heilige teksten” uit het begin van de menselijke beschaving als “intertext” (de woorden van “de Ouden” worden vermengd met de verslagen van de werkelijkheid zoals Morrison die overal en nergens maakt tijdens zijn vele reizen over de Aarde).

 

Omdat beide voor het gehoor niet van elkaar te onderscheiden zijn is “U” in de Engelse populaire taal het geschreven equivalent van “You” (Jij, je). Als antwoord op een van mijn vragen (per email) wijst Morrison op het feit dat “U” (als “Jij”) óók refereert aan, of verwijst naar “de Ander.” “Dit is relevant, omdat het gedicht Need subjectief, droom-achtig is, terwijl U juist een erg objectief, ‘realistisch’ gedicht is,” aldus Morrison.  In het Engels is “You” ook  het Nederlandse “U.” “You” is zowel enkelvoud als meervoud, mannelijk en vrouwelijk.

Ook het Engelse “sentence” is voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het betekent zowel “Zin” als “vonnis (of oordeel).” Een uitvoerige analyse van deze dubbele betekenis is te vinden in Ron Phelps’ The Sentence of Madison Morrison waarin hij wijst op dit aspect van “sentence” als “straf,” d.i. het uitgesproken oordeel, het opgelegde vonnis. In dit geval dus de straf die de auteur krijgt opgelegd van de goden: het schrijven van een 26-delig episch werk. Door het meerduidige karakter van zin in het Nederlands (het zinnige, er zin in hebben, de lust, de zinnen) heeft “Zin” als vertaling van “Sentence” mijn voorkeur. De zin als literaire volzin en de zin in de zin van geen onzin. De zin in de zin van de uit 26 woorden bestaande zin, het oordeel, het vonnis: “the Sentence of the Gods.” Een zin gevormd door het achter elkaar lezen van alle titels van de 26 delen van de Sentence. U en Need zijn in deze Zin het vierde en vijfde woord. U is dan ook (aldus Madison Morrison) als titel gekozen omdat hij geen ander woord (beginnende met een “U”) kon vinden dat in "de Zin" te passen viel. De “U,” als titel van één letter staat volgens hem ook mooi in balans met die andere titel van één  letter (“O”) aan de andere kant van de “L” in SOLUNA.

De Zin is in het Engels een palindroom. De titels van de eerste zes werken zijn: (S) Sleep (Slaap); (O) O ( O); (L) Light (Licht); (U) U (U); (N) Need (Hebt Behoefte aan / Hebt Nodig / Mist Noodzakelijk); (A) A (Een). SOLUNA: Slaap O Licht U Hebt Nodig Een. SOL, het eerste woord (Soleil / Zon) gaat over in het tweede woord LUNA. De laatste letter van Sol is tevens de eerste van Luna. U kunt dus lezen “Sol” (zon) Una (één) of So (zo, dus) Luna (Maan). Zon en Maan. Eèn Zon, en  ook: één maan. Eén “U” (Je, maar ook “You” in het meervoud: wij) in één licht (Light); je zal er maar zitten, wij; op aarde. Eén Aarde. Eén Zon, één maan, één mens (jij), één mensheid: wij. En die mist (Need)?

De drie boeken na de SOLUNA serie zijn: Revolution (Revolutie), Each (Elke of Iedere) en Second (Seconde of Tweede). Ze vormen met de “A” van SOLUNA als beginletter het woord ARES. Geen van deze boeken is ooit in het Neder-lands vertaald. Eén probleem voor de vertaling is dus dat de titels gezamelijk ook een lopende zin moeten vormen, zowel gelezen van begin tot eind als andersom. “Slaap O Licht U Mist Noodzakelijk Een Revolutie Iedere (Elke) Seconde (Tweede)”; het hangt van de “Zin” af hoe de titels uiteindelijk vertaald moeten gaan worden. Neem bijvoorbeeld Need. U (“Need”) Een Revolutie Iedere Seconde. “Mist” (als “gemis, ” een interpretatie van “Need”) heeft als groot voordeel dat het één woord is. En het is in dit geval een mooie dubbel-duiding voor het weertype met weinig zicht (Mist, een verraderlijke zaak / Met Mist Minstens Dimlicht) en het gemis, het gebrek aan, de behoefte aan, het nodig hebben. “U” mist een revolutie iedere seconde. Van achter naar voren gelezen is “iedere revolutie een mist,” en accentueert zo mede het dubbelzinnige en humoristisch karakter van “de Zin van de Goden,” Daarentegen zou “U” in Nederlandse vertaling gewoon U kunnen blijven. Van de armoede van Jij en Jou (Loop niet zo te jijen en jouen!) naar een eervol nederig beleefd “u” (met kleineletter: de mens; met hoofdletter: de Heer, de Here God).  In “De Zin van de Goden” verwijst “U” dan heel toepasselijk zowel naar jou (en u en mij), als naar het bijbelse U, de Heer der heerscharen, de God in de Hemel, de God uit het christelijk geloof.

Maar met alleen een titel zijn we er nog niet. The cedar wings of remorse uit de eerste regel van U, vertaald als “De cederhouten vleugels van berouw” roept al net zoveel vragen op als de mist in de “Zin.” Heeft berouw vleugels? En als dat al zo mocht zijn waarom zijn die vleugels dan van cederhout?

 

—Amsterdam, januari-november 2004